ECLI:NL:CRVB:2005:AT0967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens juiste inschatting belastbaarheid
Appellant, arbeidsongeschikt geworden door psychische klachten na werkloosheid, maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering. De Raad van bestuur van het UWV had de uitkering aangepast op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de medische beperkingen van appellant voldoende waren meegewogen, mede op basis van een psychiatrisch rapport dat een lichte, chronische depressieve stoornis constateerde en een urenbeperking van 20 tot 24 uur per week adviseerde. Appellant onderbouwde zijn standpunt niet met nieuwe medische stukken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn belastbaarheid was overschat, met een brief van een andere psychiater als onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep vond deze brief echter niet overtuigend genoeg om het eerdere oordeel te wijzigen. Ook het arbeidskundig aspect werd door de Raad bevestigd.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtens juist is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Appellant had eerder een uitkering van 45-55% arbeidsongeschiktheid gekregen, die later was verhoogd naar 80-100% na een nieuwe ziekmelding, maar dit werd niet betwist in deze procedure.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.