ECLI:NL:CRVB:2005:AT0760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van intrekking AAW/WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht om terug te komen van het besluit van 16 oktober 1996 waarbij haar AAW/WAO-uitkering werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Dit verzoek werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) geweigerd en die weigering werd door de rechtbank Maastricht bevestigd.
In hoger beroep stelt appellante dat een eerdere uitspraak van de Raad van 18 september 1996, die haar arbeidsongeschiktheid voor haar eigen werk bevestigde, gevolgen heeft voor de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid en dat het besluit van 16 oktober 1996 daarom niet stand kan houden. De Raad overweegt dat het verzoek om terug te komen op een onherroepelijk besluit alleen kan slagen indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn.
De Raad stelt vast dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die zij niet eerder had kunnen aanvoeren binnen de beroepstermijn tegen het oorspronkelijke besluit. De uitspraak van 18 september 1996 was haar immers al vóór het einde van die termijn bekend. Daarom is het besluit van 16 oktober 1996 terecht gehandhaafd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegekend omdat geen gronden voor een veroordeling aanwezig zijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van terugkomen op de intrekking van de AAW/WAO-uitkering wordt bevestigd.