ECLI:NL:CRVB:2005:AT0753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing Wajong-uitkering wegens niet voldoen aan jonggehandicaptencriteria
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Het primaire besluit en het bezwaarbesluit wezen het verzoek af omdat appellante niet kon worden aangemerkt als jonggehandicapte, aangezien zij niet arbeidsongeschikt was op de dag dat zij 17 jaar werd en ook niet ten minste zes maanden studeerde in het jaar voorafgaand aan de aanvang van haar arbeidsongeschiktheid.
De Raad heeft het medisch bewijs beoordeeld, waaronder een contra-expertise van een zenuwarts en een medisch attest van een neuropsychiater. De Raad achtte de door de verzekeringsartsen vastgestelde aanvangsdatum van 1 januari 1997 als arbitrair maar voldoende onderbouwd, mede omdat de ziekte van Pfeiffer pas in 1997 werd vastgesteld en klachten van chronische vermoeidheid daarna zijn ontstaan.
De stelling van appellante dat zij al eerder arbeidsongeschikt was, werd niet ondersteund door objectief-medische gegevens. Ook de rechtbank had geoordeeld dat appellante niet voldeed aan de studieverplichting. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de afwijzing van de Wajong-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.