ECLI:NL:CRVB:2005:AT0752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schatting WAO en geschiktheid voorgehouden functies conform Besluit uurloonschatting
Appellant had een WAO-uitkering toegekend gekregen met een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit omdat het UWV functies met een arbeidsomvang onder de bandbreedte had betrokken, waardoor onvoldoende functies overbleven voor een juiste schatting. Zowel appellant als het UWV stelden hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat het onderzoek aanvankelijk niet volledig was en liet het onderzoek heropenen. Uit de nadere rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige bleek dat de voorgehouden functies passend waren, ondanks de medische beperkingen van appellant en zijn gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal. De reductiefactor was correct berekend en de functies waren eenvoudig en productiematig van aard.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte parttime functies buiten beschouwing had gelaten en dat de functieselectie geheel conform het Besluit uurloonschatting had plaatsgevonden. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van het UWV gegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep van het UWV gegrond; de functieselectie is conform het Besluit uurloonschatting uitgevoerd.