ECLI:NL:CRVB:2005:AS9633
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Toerekening inkomsten eigen confectiezaak voor WUV-uitkering aan werkelijke periode
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin werd bepaald dat zijn inkomsten uit een eigen confectiezaak in 2001 voor de toepassing van de verminderingsbepalingen van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) toegerekend moesten worden aan de eerste zes maanden van dat jaar. Dit omdat eiser de zaak per 1 juli 2001 had beëindigd.
Eiser stelde dat de inkomsten, conform de handelwijze van de Belastingdienst, over het gehele jaar 2001 hadden moeten worden toegerekend. De Raad volgde echter de vaste rechtspraak dat, aangezien de periodieke uitkering maandelijks wordt uitbetaald, de inkomsten per maand moeten worden toegerekend aan de periode waarin zij daadwerkelijk zijn verworven.
Omdat eiser zelf aangaf dat hij in juni 2001 zijn winkel had gesloten en daarna geen inkomsten meer had ontvangen, was de toerekening aan de eerste zes maanden van 2001 correct. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de toerekening van inkomsten aan de eerste zes maanden van 2001 gehandhaafd.