ECLI:NL:CRVB:2005:AS9450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering uitkering op grond van niet voldoen aan woonplaatsvereiste
Appellant, geboren in 1935 te Bandung, diende een aanvraag in voor een uitkering als plaatsvervanger van zijn moeder op grond van het Uitkeringsreglement Individuele Uitkeringen Stichting Marorgelden Overheid. Aanvankelijk werd de uitkering toegekend, maar later ingetrokken en teruggevorderd omdat zijn moeder niet voldeed aan het vereiste om tussen 10 mei 1940 en 8 mei 1945 enige tijd woonplaats te hebben gehad in het Koninkrijk der Nederlanden.
Appellant voerde onder meer aan dat zijn moeder wel als belanghebbende moest worden aangemerkt of dat de hardheidsclausule toegepast moest worden. De Raad oordeelde dat appellant niet als plaatsvervanger kon worden aangemerkt en dat geen aanleiding was om de hardheidsclausule toe te passen, mede omdat appellant bij zijn aanvraag wist dat zijn moeder niet aan de criteria voldeed.
Verder werd geoordeeld dat gedaagde terecht kon terugkomen op het toekenningsbesluit en dat het bezwaar van appellant kennelijk ongegrond was, waardoor gedaagde niet verplicht was appellant te horen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de uitkering en de terugvordering daarvan wegens niet voldoen aan het woonplaatsvereiste.