ECLI:NL:CRVB:2005:AS9439

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/236 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • C.G. Kasdorp
  • G.L.M.J. Stevens
  • H.R. Geerling-Brouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 6:11 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring van verzet wegens verschoonbare termijnoverschrijding in bestuursrechtelijke procedure

De Centrale Raad van Beroep behandelt het verzet tegen een eerdere niet-ontvankelijkverklaring van een beroep wegens te late betaling van het griffierecht. De oorspronkelijke uitspraak werd verzonden naar een onjuist adres, waardoor de termijnoverschrijding als verschoonbaar wordt aangemerkt.

Daarnaast blijkt uit de stukken dat het griffierecht tijdig is voldaan via de Nederlandse ambassade in Djakarta. Op grond van artikel 6:11 Awb Pro wordt de niet-ontvankelijkverklaring achterwege gelaten omdat geen sprake is van verzuim door opposant.

De Raad besluit het verzet gegrond te verklaren en de eerdere uitspraak te laten vervallen. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond, conform artikel 8:55 Awb Pro. Opposant was niet aanwezig bij de zitting, geopposeerde werd vertegenwoordigd.

Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte adressering en tijdige betaling van griffierechten in bestuursrechtelijke procedures en bevestigt de toepassing van verschoonbaarheid bij termijnoverschrijding.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt, waarna het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

03/236 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], Maluku Tengah (Indonesië), opposant,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 3 juli 2003, bekend gemaakt bij schrijven van 3 juli 2003, het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 25 oktober 2002, kenmerk JZ/W60/2002/0777, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het griffierecht niet tijdig bij de Raad is betaald.
Tegen die uitspraak is door J. Haas als gemachtigde van opposant verzet gedaan bij brief van 18 december 2003. Het verzetschrift is blijkens de postdatumstempel op 13 januari 2004 ter post bezorgd en op 14 januari 2004 ter griffie van de Raad ingekomen.
Het verzet is behandel ter zitting van de Raad van 20 januari 2005, waar opposant niet is verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. C. Vooijs, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Het verzet is niet binnen de in dit geval geldende termijn van 13 weken bij de Raad ingekomen.
Ingevolge artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Dit artikel is tevens van toepassing op het ingediende verzetschrift.
Nu gebleken is dat de aangevallen uitspraak naar een onjuist adres is verzonden is de Raad van oordeel dat er gronden zijn de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Voorts heeft de Raad uit de inmiddels beschikbaar gekomen gegevens afgeleid dat het verschuldigde griffierecht op 7 maart 2003 via de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te Djakarta, is voldaan. De Raad acht termen aanwezig deze betaling aan te merken als tijdig.
Uit het vorenstaande volgt dat het namens opposant gedane verzet gegrond dient te worden verklaard.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb vervalt de uitspraak waartegen verzet is gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Dissel-Singhal als griffier en uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) A.D. van Dissel-Singhal.