ECLI:NL:CRVB:2005:AS8821

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/3846 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • C.G. Kasdorp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroepschrift wegens te late indiening ongegrond verklaard

De opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet aangetekend. De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet en stelde vast dat de opposant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het verzet konden doen slagen.

De opposant voerde aan dat hij het beroepschrift op 9 juli 2004 vóór 18.00 uur had gepost, maar er was geen ander verzendbewijs dan de postdatumstempel van 11 juli 2004. De Raad oordeelde dat deze postdatumstempel bepalend is voor de vraag of het beroepschrift tijdig was ingediend.

De Raad achtte geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb en verklaarde het verzet ongegrond. De uitspraak werd gedaan door mr. C.G. Kasdorp in aanwezigheid van griffier J.P. Schieveen op 24 februari 2005.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/3846 WUBO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 23 september 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 28 mei 2004, onder nummer JZ/L80/2004, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak is door opposant verzet gedaan bij brief van 2 november 2004. Het verzetschrift is op 4 november 2004 ter griffie van de Raad ontvangen.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 13 januari 2005. Daar is opposant in persoon verschenen en heeft geopposeerde zich doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat opposant in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen dat de redenen die namens opposant in het verzetschrift en ter zitting zijn aangevoerd, te weten dat hij het beroepschrift op 9 juli 2004 vóór 18.00 uur ter post heeft bezorgd, geen grond bevat die afbreuk doet aan de uitspraak waartegen opposant verzet doet.
Daartoe neemt de Raad in aanmerking dat, nu er geen ander verzendbewijs is, voor de vraag of het beroepschrift tijdig is ingediend, de postdatumstempel - van 11 juli 2004 - bepalend is.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) J.P. Schieveen.
HD
17.01