ECLI:NL:CRVB:2005:AS8643

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/3335 WUBO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • C.G. Kasdorp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 AwbArt. 61 lid 3 Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Opposante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring is verzet ingesteld door opposante.

Tijdens de zitting op 13 januari 2005 heeft opposante haar verzet toegelicht, waarbij zij aanvoerde dat zij door afwezigheid van haar vertrouwensman en persoonlijke omstandigheden niet in staat was het beroepschrift tijdig in te dienen. De Raad oordeelde echter dat deze redenen onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen, mede omdat zij een derde had kunnen inschakelen om het beroepschrift tijdig in te dienen.

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond en wijst het verzoek om herziening toe door het beroepschrift alsnog aan de geopposeerde toe te zenden met het verzoek dit als een herzieningsverzoek te behandelen. Er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroepschrift wordt als herzieningsverzoek in behandeling genomen.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/3335 WUBO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante,
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 12 augustus 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 29 april 2004, kenmerk JZ/A60/2004, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak is door opposante verzet gedaan bij brief van 24 september 2004.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 13 januari 2005. Daar is opposante in persoon verschenen en heeft geopposeerde zich doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe overweegt de Raad dat de door opposante aangegeven redenen, te weten dat zij niet in staat is geweest tot het indienen van een beroepschrift en haar vertrouwensman in het buitenland verbleef, niet kunnen leiden tot het oordeel dat opposante niet in verzuim is geweest. Hierbij neemt de Raad in aanmerking dat niet is komen vast te staan dat opposante (om medische redenen) buiten staat is geweest tot het tijdig indienen van een beroepschrift. Voorts had opposante, bij afwezigheid van haar vertrouwensman, een derde kunnen inschakelen ten einde zorg te dragen voor het tijdig indienen van een summier beroepschrift waarna de vertrouwensman na zijn terugkeer de gronden van het beroep had kunnen aanvullen.
Uit het voorgaande volgt dat het door opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
Gezien het door eiseres ter zitting van de Raad uitdrukkelijke gedane verzoek en met instemming van de vertegenwoordiger van geopposeerde, zal het beroepschrift aan geopposeerde worden toegezonden met het verzoek dit in behandeling te nemen als een verzoek om herziening als bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) J.P. Schieveen.
HD
17.01