ECLI:NL:CRVB:2005:AS8607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en WAO-schatting bij medische en feitelijke beperkingen
Appellant stelde in hoger beroep dat hij de werkzaamheden verbonden aan de commerciële functies waarop de WAO-schatting is gebaseerd niet kan verrichten vanwege zijn medische en feitelijke beperkingen. Tevens voerde hij aan dat rekening had moeten worden gehouden met zijn leeftijd, gezondheidstoestand en arbeidsmarktpositie, met name in relatie tot zijn Melkertbaan.
De Raad overwoog dat appellant zijn medische beperkingen niet met medische stukken had onderbouwd. De medische rapporten van de verzekeringsarts en orthopedisch chirurg toonden geen aanwijzingen dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn lichamelijke toestand. De arbeidsmarktproblematiek kan bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid niet meer worden betrokken.
De rechtbank had het bezwaar van appellant gegrond verklaard vanwege een procedurele tekortkoming in de arbeidsdeskundige schatting, maar de Raad bevestigt dat de schatting uiteindelijk met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. De functie van concierge werd terecht als maatman gehanteerd, niet de eerdere functie van bedrijfsleider. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.