ECLI:NL:CRVB:2005:AS8521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- L. Jörg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsuitkering wegens rechtmatig verblijf
Appellante, van Surinaamse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering die door het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage werd afgewezen op grond van niet-rechtmatig verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij inmiddels over een verblijfsvergunning beschikte die met terugwerkende kracht geldig was vanaf 23 december 2000.
De Raad stelde vast dat appellante ten tijde van de aanvraag rechtmatig in Nederland verbleef volgens de Vreemdelingenwet en daarom op grond van de Algemene bijstandswet gelijkgesteld moest worden met een Nederlander. Hierdoor kon het oorspronkelijke besluit niet standhouden omdat het in strijd was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en het College dient een nieuw besluit te nemen.