ECLI:NL:CRVB:2005:AS8480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Appellante verzocht om een WAO-uitkering die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd geweigerd omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn op de peildatum 10 september 2001. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard en het beroep afgewezen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medische oordeel van de verzekeringsartsen adequaat was, maar dat de arbeidskundige grondslag van het besluit onvoldoende was.
De Raad stelt vast dat de functies die aan appellante werden voorgehouden deels verouderd waren en niet voldeden aan de vereiste van ten minste drie verschillende functies met passende opleidingseisen. Ook was onduidelijk of appellante aan de opleidingseisen voor bepaalde functies voldeed. Hierdoor voldoet het besluit niet aan het Schattingsbesluit. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt dat Uwv een nieuw besluit op bezwaar neemt.
Verder veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde recht wordt vergoed. Over de hoogte van eventuele renteschade kan de Raad zich nu niet uitlaten omdat het nieuwe besluit nog moet worden genomen.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.