ECLI:NL:CRVB:2005:AS8454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Besluit intrekking WAO-uitkering berust op ondeugdelijke medische onderbouwing
Appellante kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken per 27 maart 2001 op grond van een beoordeling dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Het primaire besluit werd bevestigd in bezwaar en beroep, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische onderbouwing ondeugdelijk is.
De verzekeringsarts baseerde zich op informatie van december 2000/januari 2001, terwijl de behandelend orthopedisch chirurg in maart 2001 een verslechtering van de heupklachten meldde en een operatie adviseerde. Deze nieuwe medische informatie was vóór de datum van het besluit bekend, maar werd niet adequaat onderzocht.
De Raad stelt dat nader medisch onderzoek had moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld door overleg met de orthopedisch chirurg. Hierdoor is het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12 Awb Pro genomen. De Raad vernietigt het besluit en beveelt dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar neemt, waarbij ook aandacht wordt besteed aan eventuele schadevergoeding. Tevens worden de proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens ondeugdelijke medische onderbouwing en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.