ECLI:NL:CRVB:2005:AS8453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, voormalig horecamedewerkster, kreeg met ingang van 2 februari 1998 een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Op 28 januari 1999 trok het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) deze uitkering in, nadat was vastgesteld dat er geen restverdiencapaciteit meer was. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de berekening onjuist was, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
Na een ziekmelding in oktober 2000 en aanvullend medisch onderzoek werd vastgesteld dat er geen nieuwe relevante medische feiten waren die het eerdere besluit konden wijzigen. Appellante stelde in bezwaar en hoger beroep dat zij pas later kennis had kunnen nemen van belangrijke stukken en dat haar klachten niet nieuw waren, maar deze stellingen werden door de Raad verworpen.
De Raad overwoog dat toetsing van het verzoek om herziening beperkt is tot de vraag of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn en dat kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit geen beslissende rol speelt. Omdat appellante geen nieuwe feiten heeft aangevoerd en de eerdere beoordeling redelijk was, werd het bestreden besluit bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan een partij toe te wijzen.
Uitkomst: Het verzoek van appellante om terug te komen op de intrekking van haar WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.