ECLI:NL:CRVB:2005:AS8344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als frontoffice medewerkster, viel uit wegens rugklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze op grond dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was na 52 weken wachttijd. Medisch en arbeidskundig onderzoek, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige, ondersteunden deze conclusie. Hoewel appellante later een operatie onderging en een hogere mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld met ingang van 3 december 2001, betrof dit een latere periode dan de datum in geschil.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Raad bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de medische gegevens en het belastbaarheidspatroon adequaat waren en dat de door appellante aangevoerde nekklachten niet tot een andere beoordeling leidden. Het onderzoek van IvAS Heliomare, uitgevoerd in het kader van re-integratie en na de datum in geschil, gaf geen aanleiding tot herziening van het besluit.
De Raad wees ook op het opleidingsniveau van appellante en concludeerde dat de geduide functies passend waren. De Raad zag geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid per datum in geschil.