ECLI:NL:CRVB:2005:AS8268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale premies ondanks betwisting en termijnoverschrijding
Appellant werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een openstaand bedrag aan premies sociale werknemersverzekeringswetten over 1995. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarbij de aansprakelijkstelling werd bevestigd maar het bedrag werd verlaagd, stelde appellant in hoger beroep dat hij niet wist waarop de premienota was gebaseerd en dat de besluitvorming te lang had geduurd, wat schade zou hebben veroorzaakt.
De Raad constateerde dat appellant tegen de eerdere uitspraak geen hoger beroep had ingesteld, waardoor de inhoudelijke gronden van die uitspraak bindend waren. De rechtbank had echter ten onrechte niet de nieuwe beroepsgrond over de hoogte van de premienota betrokken. De Raad stelde vast dat de premienota was gebaseerd op een door het administratiekantoor opgestelde voorschotnota, die door appellant was erkend. De betwisting van appellant was onvoldoende concreet om de nota onjuist te achten.
Verder oordeelde de Raad dat appellant geen concreet verzoek tot schadevergoeding had ingediend zoals vereist onder artikel 8:73 Awb Pro, zodat geen schadevergoeding kon worden toegekend. Ten aanzien van de redelijke termijn oordeelde de Raad dat ondanks de lange duur van de bezwaar- en beroepsprocedure, mede veroorzaakt door foutieve adressering, geen schending van artikel 6 EVRM Pro was. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant voor premies sociale werknemersverzekeringswetten en wijst zijn grieven af.