ECLI:NL:CRVB:2005:AS7683
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken oorlogsgeweld
Eiser, geboren in 1935 te Bandoeng, heeft in januari 2003 een aanvraag ingediend voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en bijbehorende uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting en de Bersiapperiode bombardementen had meegemaakt, onder bedreigingen uit huis was gezet en was gevlucht vanwege levensbedreigende omstandigheden.
Verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiser direct was getroffen door oorlogsgeweld zoals vereist in artikel 2, eerste lid, van de Wet. De Raad bevestigde dit oordeel na beoordeling van de feiten, waaronder de afstand tot bombardementen, de aard van de schuilplaats en het ontbreken van directe schade of slachtoffers in de nabijheid van eiser.
De Raad concludeerde dat de door eiser genoemde omstandigheden, zoals huisuitzetting zonder excessief geweld en een incident met een bijtende hond, niet onder de Wet vallen. Ook was niet aannemelijk dat de vlucht in de Bersiapperiode gepaard ging met levensbedreiging. Na uitgebreid onderzoek in archieven en dossiers van familieleden bleek dat eiser niet de specifieke oorlogservaringen had die voor erkenning vereist zijn.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. Hiermee blijft het bestreden besluit van verweerster in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer.