ECLI:NL:CRVB:2005:AS7303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. ’t Hooft
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Rijksgroepsregeling Werkloze Werknemers-uitkering na hernieuwde aanvraag zonder nieuwe feiten
Appellant heeft een hernieuwde aanvraag ingediend voor een Rijksgroepsregeling Werkloze Werknemers (RWW)-uitkering over de periode van 13 oktober 1994 tot 11 april 1995. Deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld en later afgewezen, waarbij verwezen werd naar eerdere, in rechte onaantastbaar geworden besluiten van 1995 en 1996.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren, waaronder een uitspraak van de rechtbank Rotterdam uit 2000 en een administratief rapport uit 1998. De Raad concludeerde echter dat deze verwijzingen betrekking hadden op een andere periode dan de in geschil zijnde en daarom niet relevant waren voor de beoordeling van de aanvraag.
De Raad oordeelde dat het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam bevoegd was om het verzoek af te wijzen en dat het gebruik van deze bevoegdheid redelijk was. Klachten over de wijze van afhandeling van eerdere klachten werden eveneens niet in behandeling genomen, omdat deze niet relevant waren voor het besluit van 9 oktober 2001.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de RWW-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.