ECLI:NL:CRVB:2005:AS6772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Geen WAJONG-uitkering wegens ontbreken van objectieve arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WAJONG-uitkering aangevraagd wegens vermeende arbeidsongeschiktheid sinds april 1999, veroorzaakt door gezondheidsklachten zoals vermoeidheid. De verzekeringsarts heeft uitgebreid onderzoek gedaan, maar kon geen lichamelijke of psychische afwijkingen vaststellen die objectief aantoonbare beperkingen opleveren. Ook aanvullend onderzoek en rapportages van andere medisch specialisten bevestigden het ontbreken van op ziekte of gebrek berustende beperkingen.
Gedaagde, het UWV, heeft daarom de uitkering geweigerd en het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit standpunt, stellende dat appellante niet arbeidsongeschikt was in de zin van de Wajong. In hoger beroep heeft appellante dit oordeel bestreden, zonder nieuwe medische gegevens te overleggen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat arbeidsongeschiktheid in de zin van de Wajong alleen bestaat indien op objectieve medische gronden wordt vastgesteld dat de betrokkene niet in staat is arbeid te verrichten die gezonde personen met vergelijkbare opleiding en ervaring wel kunnen verrichten. Gezien de medische rapportages is hiervan geen sprake. De Raad wijst ook op het belang van zorgvuldige medische feitenvaststelling, maar benadrukt dat de rechter niet gebonden is aan werkinstructies voor verzekeringsartsen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing is genomen door voorzitter Spaas en leden Schuttel en Jansen en uitgesproken op 15 februari 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen WAJONG-uitkering krijgt wegens het ontbreken van objectieve arbeidsongeschiktheid.