ECLI:NL:CRVB:2005:AS6249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding in bestuursrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de Centrale Raad van Beroep het verzet van opposante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep behandeld. Het hoger beroep was eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden niet binnen de gestelde termijn van twee weken waren ingediend. Opposante diende de beroepsgronden pas na deze termijn in, zonder geldige verontschuldiging.
De Raad overwoog dat het aanvullend beroepschrift niet aangetekend was verzonden en het poststempel onleesbaar was, waardoor niet kon worden vastgesteld dat het tijdig was ingediend. Dit risico lag bij opposante. Tevens verwierp de Raad het standpunt dat het hoger beroep met betrekking tot de boetenota’s geen motivering behoeft, omdat het aanvoeren van beroepsgronden niet betekent dat opposante aan haar eigen veroordeling meewerkt.
De Centrale Raad van Beroep zag geen reden om af te wijken van de eerdere uitspraak en verklaarde het verzet ongegrond. Er waren geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter G. van der Wiel op 20 januari 2005, waarbij het verzet werd verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep gehandhaafd.