ECLI:NL:CRVB:2005:AS4861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring ziekte-uitkering onterecht verklaard door Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 4 oktober 1999 in dienst bij de stichting Onderwijsbegeleidingsdienst Noordwest-Holland en werd vanaf november 2000 gedeeltelijk en vanaf januari 2001 volledig arbeidsongeschikt verklaard. Haar arbeidsovereenkomst eindigde op 31 januari 2001. Na haar ontslag vroeg zij een werkloosheidsuitkering aan, waarop gedaagde haar een ziekte-uitkering toekende met ingang van 1 februari 2001, maar deze uitkering werd vervallen verklaard wegens te late aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat gedaagde niet bevoegd was om de ziekte-uitkering toe te kennen op grond van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijspersoneel (BZA), omdat appellante niet viel onder de categorieën personeelsleden zoals omschreven in dat besluit. Hierdoor kon zij geen aanspraak maken op een uitkering op grond van het BZA.
De Raad oordeelde dat appellante vanaf 1 januari 2001 als werknemer in de zin van de Ziektewet (ZW) werd beschouwd en aanspraak had op ziekengeld na haar ontslag. De aanvraag had door gedaagde moeten worden doorgezonden aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), dat bevoegd was tot toekenning van ziekengeld. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit tot vervallenverklaring van de ziekte-uitkering wordt vernietigd.