ECLI:NL:CRVB:2005:AS4826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking ondanks zelfstandigheidsclaim
Appellante stelde in hoger beroep dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond met betrokkene, omdat betrokkene als zelfstandige functioneerde zonder werkgeversgezag. De Raad beantwoordde deze vraag bevestigend, waarbij werd vastgesteld dat de drie essentiële kenmerken van een dienstbetrekking aanwezig waren: persoonlijke arbeidsverrichting, loonbetalingsverplichting en gezagsverhouding.
De werkzaamheden van betrokkene maakten een wezenlijk onderdeel uit van de bedrijfsvoering van appellante en vonden plaats binnen het organisatorisch verband van de onderneming. Betrokkene verrichtte de werkzaamheden persoonlijk en ontving daarvoor een reële loonbetaling. De gezagsverhouding bleek uit de planning door appellante, gezamenlijke klantbezoeken met werknemers van appellante, en deelname aan vaktechnische beurzen namens appellante.
Appellante voerde aan dat de verhuizing van betrokkene naar de hoofdvestiging een verandering in de arbeidsrelatie betekende, maar de Raad oordeelde dat deze verhuizing slechts de reeds bestaande gezagsverhouding versterkte. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit dat betrokkene verplicht verzekerd was op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond tussen appellante en betrokkene.