ECLI:NL:CRVB:2005:AS4820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking en ten onrechte toegekende WW-uitkering
Appellant was vanaf 1 februari 2000 in dienst getreden bij een besloten vennootschap als ondersteund buitendienst adviseur, waarbij tevens een assurantieportefeuille werd verkocht aan deze vennootschap. De Raad onderzocht of er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, waarbij de drie cumulatieve voorwaarden - persoonlijke dienstverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding - centraal stonden.
Uit het onderzoek en de verklaringen van de directeuren van de vennootschap bleek dat appellant voor een periode van drie jaar een salaris ontving zonder dat hier daadwerkelijk werkzaamheden tegenover stonden. De werkzaamheden die wel werden verricht, hadden vooral betrekking op de overdracht van de polissen en waren niet verplicht in het kader van een arbeidsrelatie. Vanaf september 2000 verrichtte appellant vrijwel geen werkzaamheden meer, zonder dat dit invloed had op de salarisbetalingen.
De Raad concludeerde dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en evenmin aan een daarmee gelijk te stellen arbeidsverhouding. Daarom was appellant niet verzekerd op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten. De toegekende WW-uitkering was daardoor ten onrechte verstrekt en moest worden teruggevorderd. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen privaatrechtelijke dienstbetrekking had en dat de ten onrechte ontvangen WW-uitkering moet worden teruggevorderd.