ECLI:NL:CRVB:2005:AS4144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens ontslag zonder verminderde verwijtbaarheid
Gedaagde was sinds 1998 werkzaam als verkoopster en kreeg vanaf 2000 heupklachten die haar werk bemoeilijkten. Zij nam ontslag per 1 april 2001 en meldde zich daarna ziek bij appellant, die daarop ziekengeld weigerde wegens een benadelingshandeling volgens artikel 45 Ziektewet Pro.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde weliswaar een benadelingshandeling had gepleegd, maar dat dit haar niet volledig kon worden verweten vanwege de onverwachte diagnose artrose die haar arbeidsmogelijkheden sterk beperkte. Daarom werd het besluit van appellant vernietigd.
De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat gedaagde bewust heeft gekozen ontslag te nemen en dat de medische gegevens geen aanwijzing bevatten dat het voortzetten van het dienstverband redelijkerwijs niet van haar kon worden verlangd. De Raad acht de verwijtbaarheid volledig aanwezig en vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van appellant ongegrond en bevestigt de weigering van ziekengeld.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld bevestigd.