ECLI:NL:CRVB:2005:AS4103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M. Gunter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens passende arbeidsmogelijkheden ondanks beperkingen
Appellante, sinds 1996 arbeidsongeschikt door een operatie na een bovenbeenfractuur, ontving een WAO-uitkering. Na een heronderzoek concludeerden verzekeringsarts en arbeidsdeskundige dat zij weliswaar haar eigen werk niet meer kon verrichten, maar geschikt was voor vier geselecteerde functies met rekening houdend met haar beperkingen.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering niet onjuist waren vastgesteld. De medische rapporten, inclusief aanvullend onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts en informatie van behandelaars, ondersteunden de vastgestelde belastbaarheid. Ook de psychische klachten en acculturatieproblemen leidden niet tot een andere beoordeling.
Gezien deze bevindingen was er geen reden om aan te nemen dat de geselecteerde functies medisch ongeschikt waren voor appellante. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd op 14 januari 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante passende functies kan vervullen ondanks haar beperkingen.