ECLI:NL:CRVB:2005:AS4005

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1905 WUBO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.R. Geerling-Brouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:41 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht afgewezen

Opposante had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposante verzet ingesteld, waarbij zij aangaf niet gehoord te willen worden.

De Raad stelde vast dat opposante in haar verzet geen nieuwe gronden had aangevoerd die het verzet konden rechtvaardigen. Haar verzet was in wezen een herhaling van haar eerdere stelling dat zij niet wenste te betalen. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het niet mogelijk om vrijstelling te verlenen van de verplichting tot betaling van griffierecht.

De Raad oordeelde daarom dat het verzet ongegrond was en wees het af. Er waren geen omstandigheden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb, dat in bijzondere gevallen vrijstelling kan bieden. De uitspraak werd gedaan door rechter H.R. Geerling-Brouwer in aanwezigheid van griffier A.D. van Dissel-Singhal.

Uitkomst: Het verzet van opposante wordt ongegrond verklaard en afgewezen wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1905 WUBO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante,
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 23 september 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 19 maart 2004 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Tegen die uitspraak heeft opposante verzet gedaan.
Opposante heeft te kennen gegeven niet ter zake van haar verzet te willen worden gehoord.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen, dat hetgeen opposante in verzet aanvoert in wezen een herhaling is van wat zij eerder naar voren heeft gebracht namelijk dat zij niet wenst te betalen.
Ingevolge artikel 8:41 van Pro de Awb is het niet mogelijk vrijstelling te verlenen van de verplichting tot het betalen van griffierecht.
Het voorgaande betekent dat het beroep van opposante op goede gronden niet-ontvankelijk is verklaard.
Uit het vorenstaande volgt dat het door opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. H.R. Geerling-Brouwer, in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Dissel-Singhal als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2005.
(get) H.R. Geerling-Brouwer.
(get) A.D. van Dissel-Singhal.