ECLI:NL:CRVB:2005:AS3994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens ontoereikende arbeidskundige grondslag bevestigd
Betrokkene, voormalig secretaresse, vroeg een WAO-uitkering aan na een auto-ongeval met nek-, evenwichts- en concentratieklachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% vastgesteld, waarna de uitkering werd geweigerd. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een onvoldoende actuele functie 'bloedprikker' in de schatting, waardoor onvoldoende functies overbleven om de schatting te dragen.
In hoger beroep handhaafde de Raad het oordeel van de rechtbank. De medische beoordeling werd als zorgvuldig beoordeeld en er waren geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven tot twijfel aan de vastgestelde beperkingen. De arbeidskundige onderbouwing bleek echter ontoereikend doordat functies met actualiseringsdata na de datum in geding niet gebruikt konden worden en sommige functies ontoelaatbaar waren gerelativeerd.
De Raad concludeerde dat slechts 22 arbeidsplaatsen overbleven, onvoldoende voor een deugdelijke schatting. Hierdoor berust het bestreden besluit op een ontoereikende arbeidskundige grondslag. Het hoger beroep van het Uwv faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Tevens werd een recht van € 409,- geheven van het Uwv.
Uitkomst: De weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens een ontoereikende arbeidskundige grondslag.