ECLI:NL:CRVB:2005:AS3980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing artikel 58 WAZ met terugwerkende kracht bij te veel betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandige
Appellant, een zelfstandig garage- en pomphouder, ontving een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na beoordeling van inkomensgegevens over 1998 en 1999 bleek dat appellant werkzaamheden als zelfstandige bleef verrichten en inkomsten genoot die de mate van arbeidsongeschiktheid beïnvloedden. Gedaagde paste artikel 58 van Pro de WAZ toe, waardoor de uitkering werd aangepast met terugwerkende kracht.
Appellant voerde aan dat hij verkeerd was voorgelicht over de gevolgen van zijn bijverdiensten en dat de terugwerkende kracht onterecht was. De rechtbank oordeelde dat het achteraf vaststellen van te veel betaalde uitkering aanvaardbaar is wanneer de zelfstandige redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat zijn inkomsten invloed hadden op de uitkering. De Raad sloot zich hierbij aan en bevestigde de uitspraak.
De Raad overwoog dat de mededeling van een arbeidsdeskundige over het bijverdienen een kennelijke vergissing was en dat appellant hierover navraag had kunnen doen. Ook werd erkend dat de besluitvorming traag verliep, maar dit was geen reden om de terugwerkende toepassing te verbieden. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de terugwerkende aanpassing van de WAZ-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugwerkende toepassing van artikel 58 WAZ en verklaart het beroep van appellant ongegrond.