ECLI:NL:CRVB:2005:AS3654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering uitkeringen wegens ontbreken verzekeringsplicht sociale werknemersverzekeringswetten
Appellante was werkzaam in een eenmanszaak van haar dochter en ontving uitkeringen op grond van de WAO en WW. Gedaagde stelde vast dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding door familiebanden. Hierdoor was appellante niet verzekerd voor de sociale werknemersverzekeringswetten.
Gedaagde trok de uitkeringen in en vorderde terugbetaling van de WW-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, maar behandelde niet het beroep tegen de terugvordering, waardoor de omvang van het geding onjuist was vastgesteld.
De Centrale Raad vernietigde dit deel van de uitspraak en verklaarde het beroep tegen de terugvordering niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. De Raad bevestigde dat de intrekkingen terecht waren en veroordeelde gedaagde in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de WW-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard en de intrekking van de uitkeringen wordt bevestigd.