ECLI:NL:CRVB:2005:AS3648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking door familieverhouding tussen moeder en dochter in café-exploitatie
De zaak betreft een geschil over de vraag of betrokkene, werkzaam in het café geëxploiteerd door haar dochter appellante, in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond. Gedaagde stelde op basis van onderzoek vast dat betrokkene niet als verzekeringsplichtig voor de sociale werknemersverzekeringen kon worden aangemerkt vanaf 1 juli 1996.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat in een arbeidsverhouding tussen ouder en kind doorgaans geen gezagsverhouding wordt aangenomen, tenzij er duidelijke aanwijzingen voor werkgeversgezag zijn. In dit geval was het café een voortzetting van de exploitatie door de echtgenoot van betrokkene, en betrokkene was als meewerkend echtgenote werkzaam geweest. Ook het samenwonen met de echtgenoot van appellante maakte werkgeversgezag minder aannemelijk.
De enkele aanwijzingen zoals werkroosters en verlofafspraken waren onvoldoende om werkgeversgezag aan te nemen. Ook het bepalen van de menukaart door appellante was niet doorslaggevend. De Raad concludeerde dat betrokkene geen privaatrechtelijke dienstbetrekking had en dus niet verplicht verzekerd was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestaat vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding door de familieband.