ECLI:NL:CRVB:2005:AS3584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste medische grondslag
Appellante, werkzaam als inpakster, kreeg vanaf 10 mei 2000 een WAO-uitkering wegens hartklachten. Gedaagde trok deze uitkering per 1 oktober 2001 in op grond van een medische beoordeling dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Appellante voerde aan dat ook haar psychische belastbaarheid beperkt was door spanningsklachten en chronische aanpassingsstoornis.
De bezwaarverzekeringsartsen concludeerden dat er geen significante mentale beperkingen waren, maar een door appellante geraadpleegde psychiater stelde na eigen onderzoek dat de psychische problemen onderbelicht waren gebleven en appellante niet belastbaar was. De Raad achtte de medische grondslag van beide besluiten onjuist en vernietigde deze, evenals de eerdere uitspraken van de rechtbank die deze besluiten in stand hielden.
De Raad bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van het psychiatrisch onderzoek en veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Raad wees erop dat de psychische beperkingen van appellante niet adequaat waren onderzocht en dat de eerdere beoordelingen onvoldoende rekening hielden met deze beperkingen.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking van de WAO-uitkering worden vernietigd en gedaagde dient opnieuw te besluiten met inachtneming van aanvullend psychiatrisch onderzoek.