ECLI:NL:CRVB:2005:AS3523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M. Gunter
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot herziening vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag WAO
Appellante, voormalig verpleegster, ontving vanaf 1979 een WAO-uitkering met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 21 maart 1978. Na intrekking van de uitkering bij haar 65e verjaardag, verzocht zij in 2000 om herziening van deze datum met het oog op premievrije pensioenopbouw vanaf 1976.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de aangevoerde omstandigheden niet als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden konden worden aangemerkt. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het verzoek van appellante moet worden gezien als een herzieningsverzoek op grond van artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad overweegt dat bestuursorganen bevoegd zijn eerdere besluiten te heroverwegen, maar dat toetsing door de bestuursrechter terughoudend moet zijn en zich moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn. In deze zaak zijn geen zodanige feiten of omstandigheden aangevoerd.
De onbekendheid van appellante met de gevolgen van de vastgestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag is voor haar eigen risico. Medische gegevens die zijn overgelegd bevatten geen nieuwe feiten, maar slechts een andere waardering van reeds bekende gegevens.
Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag blijft ongewijzigd.