ECLI:NL:CRVB:2005:AS3482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende kracht bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant ontving vanaf december 1996 bijstand en beëindigde deze per 1 april 1997 vanwege een eigen onderneming in ijsverkoop. Na tegenvallende inkomsten verzocht hij om herstel van de uitkering met terugwerkende kracht vanaf april 1997. Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg wees dit verzoek af op grond van artikel 67, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw), dat terugwerkende kracht in beginsel uitsluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden bestonden die toekenning van bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen. Tevens bleek dat appellant niet tijdig had gehandeld nadat hij de tegenvallende inkomsten constateerde.
De Raad vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden besluit. Hiermee blijft de afwijzing van de terugwerkende kracht van de bijstandsuitkering in stand.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek tot bijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.