ECLI:NL:CRVB:2005:AS3396
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiseres, geboren in 1937 als dochter van een moeder van zigeunerafkomst en een vader die woonwagenbewoner was, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees dit verzoek af omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat eiseres daadwerkelijk door oorlogsgeweld was getroffen.
De afwijzing berustte onder meer op het oordeel dat eiseres niet in een reële onderduiksituatie verkeerde vanwege haar afkomst, aangezien zij ook na de razzia's van 16 mei 1944 nog deelnam aan het openbare leven. Daarnaast werd de directe betrokkenheid van eiseres bij de ontploffing van een kettingbom tijdens een voedseltocht onvoldoende aannemelijk geacht.
De Raad bevestigde deze standpunten en verwees naar een parallelle uitspraak in een soortgelijke zaak. De Raad concludeerde dat er geen sprake was van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.