ECLI:NL:CRVB:2005:AS3275
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, die hun aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffers heeft afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op het ontbreken van voldoende bewijs dat eisers daadwerkelijk getroffen zijn door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
De Raad overweegt dat de gestelde onderduiksituatie niet aannemelijk is, mede omdat uit de feiten blijkt dat eisers ook na de razzia's van mei 1944 aan het openbare leven deelnamen. Daarnaast is de directe betrokkenheid bij de ontploffing van een kettingbom tijdens een voedseltocht onvoldoende bewezen, aangezien de nabijheid en gevolgen niet voldoen aan de criteria van artikel 2 van Pro de Wet.
Na behandeling van het geding, inclusief een zitting op 2 december 2004, oordeelt de Raad dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt bevestigd.