ECLI:NL:CRVB:2005:AS3270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van uitkeringen op grond van Wuv en Wubo wegens ontbreken van reële vrees voor vervolging
Eiseres, dochter van een woonwagenbewoonster en een statenloze zigeuner, vroeg uitkeringen aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zij stelde dat zij als half-zigeuner moest onderduiken om vervolging door de Duitse bezetter te ontlopen.
Verweersters wezen de aanvragen af omdat zij van oordeel waren dat eiseres geen reële vrees voor vervolging had en dat er geen sprake was van oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wubo. De Raad bevestigde dat de vader van eiseres niet bekend was bij de bezettende autoriteiten als behorend tot de zigeunergemeenschap, waardoor er geen reden was voor vervolging of onderduik.
De Raad oordeelde dat eiseres geen uitzonderlijke omstandigheden had die haar gelijk zouden stellen aan een vervolgde en dat de beroepen ongegrond zijn. De Raad achtte het beleid van verweersters, waarbij geen vermoeden van onderduik werd aangenomen zonder concrete aanwijzingen, juist toegepast.
Uitkomst: De beroepen van eiseres worden ongegrond verklaard omdat geen sprake is van onderduik uit reële vrees voor vervolging en zij niet gelijkgesteld kan worden met een vervolgde volgens de Wuv en Wubo.