ECLI:NL:CRVB:2005:AS2232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na eervol ontslag van ambtenaar
Appellante, sinds 1990 werkzaam als ambtenaar bij de Centrale Archiefselectiedienst, werd eervol ontslagen per 1 april 1994 met een regeling die onder meer een uitkering en een vergoeding voor rechtsbijstand omvatte.
Na haar ontslag verzocht zij de Minister van Binnenlandse Zaken om schadevergoeding voor geleden en toekomstige (im)materiële schade, waaronder gederfde inkomsten en schade voor haar echtgenoot. Dit verzoek werd door de minister afgewezen en die afwijzing werd bevestigd door de voorzieningenrechter.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het ontslag op grond van artikel 99 van Pro het Algemeen Rijksambtenarenreglement geen verplichting tot herplaatsing met zich meebrengt, ook niet in een vrijgekomen functie binnen de Algemene bestuursdienst. Er is geen sprake van een onrechtmatige daad die schadevergoeding rechtvaardigt.
De Raad wijst ook op eerdere toekenning van een schadevergoeding in 1995 voor immateriële schade en stelt dat het verlies van promotiekansen en arbeidsvreugde inherent is aan het ontslag. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt eveneens afgewezen.
De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt bevestigd en het verzoek van appellante wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding na eervol ontslag wordt afgewezen en eerdere uitspraak bevestigd.