ECLI:NL:CRVB:2004:AS3258
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep en nieuwe beslissing op bezwaar
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening in een geschil over de WAO-VV. De rechtbank ’s-Hertogenbosch had het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waarna gedaagde werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Gedaagde stelde hoger beroep in, maar trok dit later in. Vervolgens werd een nieuwe beslissing op bezwaar genomen die tegemoet kwam aan het verzoek van verzoeker.
Naar aanleiding hiervan werd het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken. Verzoeker vroeg vervolgens om veroordeling van gedaagde in de proceskosten. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat gedaagde aan het verzoek van verzoeker was tegemoetgekomen door het nieuwe besluit en dat daarom toepassing kon worden gegeven aan artikel 8:75a van de Awb in samenhang met artikel 8:75 Awb Pro.
De voorzieningenrechter veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot betaling van proceskosten van € 322,- aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan door mr. J. Janssen in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries op 23 november 2004.
Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is veroordeeld tot betaling van € 322,- aan proceskosten.