ECLI:NL:CRVB:2004:AS3248
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontslag wegens plichtsverzuim ambtenaar
Verzoeker, een ambtenaar, was tegen zijn ontslag in hoger beroep gegaan nadat de rechtbank zijn beroep tegen het ontslag wegens plichtsverzuim ongegrond had verklaard. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening in afwachting van de hoofdzaak.
De voorzieningenrechter constateerde dat verzoeker en zijn echtgenote op kosten van een bedrijf dat werkzaamheden verrichtte voor een derde partij, reizen en verblijven hadden gemaakt zonder toestemming van het bevoegd gezag, en dat verzoeker een factuur voor akkoord had getekend voordat de werkzaamheden waren uitgevoerd. Dit werd als ernstig plichtsverzuim aangemerkt.
Verzoeker betoogde dat het ontslag onevenredig was en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat anderen minder zwaar waren gestraft. De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontslag niet onevenredig was gezien de aard van de functie en het belang van integriteit. Ook was er geen sprake van vergelijkbare gevallen die het gelijkheidsbeginsel zouden schenden.
Gelet op de financiële situatie van verzoeker was er wel sprake van spoedeisend belang, maar de voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de kans klein was dat de hoofdzaak anders zou worden beslist.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het ontslag wegens plichtsverzuim wordt afgewezen.