ECLI:NL:CRVB:2004:AS2393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten bijstandsaanvraag wegens niet tijdig verstrekken gegevens
Appellant diende op 18 december 2001 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. Gedaagde besloot op 12 februari 2002 de aanvraag buiten behandeling te laten op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat appellant niet tijdig de gevraagde gegevens had verstrekt.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd bij besluit van 9 april 2002 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht die het bezwaar ongegrond had verklaard.
De Raad oordeelde dat het oordeel van de rechtbank, gebaseerd op artikel 4:5 Awb Pro, terecht was en dat de gevraagde gegevens van belang waren voor de beoordeling van de aanvraag. Het standpunt van appellant dat hij wel tijdig de bescheiden had overgelegd, vond geen steun in de stukken en werd door gedaagde ter zitting afdoende weerlegd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding om appellant in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de bijstandsaanvraag terecht buiten behandeling is gelaten wegens niet tijdig verstrekken van gevraagde gegevens.