ECLI:NL:CRVB:2004:AR8877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De intrekking volgde op een herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid, waarbij een verzekeringsarts de belastbaarheid en reïntegratiemogelijkheden heeft onderzocht.
Appellant voerde aan dat het onderzoek vooral gericht was op reïntegratie en dat er een afspraak zou zijn geweest tussen het provinciaal Utrechts WAO-beraad en Cadans dat tijdens reïntegratietrajecten geen herkeuring zou plaatsvinden. Tevens wees hij op gevolgde scholing. De rechtbank oordeelde echter dat appellant deze afspraak onvoldoende aannemelijk had gemaakt en dat deze niet in overeenstemming was met de regelgeving.
De Raad overweegt dat de toepassing van dwingendrechtelijke bepalingen niet ter vrije beschikking staat van het Uwv of belangenbehartigers. De medische en arbeidskundige grondslag van de arbeidsongeschiktheidsschatting wordt niet onjuist geacht. Er was geen sprake van scholing die de intrekking zou verhinderen. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 10 januari 2001 wordt bevestigd.