ECLI:NL:CRVB:2004:AR8675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag metrobestuurder wegens ongeschiktheid voor functie na proeftijd
Appellant was vanaf 4 februari 2002 in tijdelijke dienst als metrobestuurder bij het Gemeentevervoerbedrijf. Na een initiële proeftijd werd zijn aanstelling niet omgezet in vaste dienst vanwege onvoldoende functioneren. De tijdelijke aanstelling werd met drie maanden verlengd om een tweede beoordeling mogelijk te maken. Tijdens deze verlengde proeftijd traden meerdere incidenten op en werd appellant herhaaldelijk op zijn functioneren aangesproken.
Op 7 maart 2003 werd het voornemen tot beëindiging van het dienstverband aangekondigd en op 24 maart 2003 definitief besloten. Appellant voerde aan dat hij door ziekte tijdens de verlengde proeftijd onvoldoende gelegenheid had gekregen zich te bewijzen en dat de verlenging slechts was bedoeld om de tweede beoordeling alsnog mogelijk te maken.
De Raad oordeelde dat het besluit tot verlenging van de proeftijd met drie maanden rechtmatig was en dat gedaagde in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat appellant niet voldeed aan de eisen van de functie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellant bevestigd.