ECLI:NL:CRVB:2004:AR8567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid bevestigd
Appellant, met diabetes mellitus, rug- en psychische klachten, werd aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herbeoordeling oordeelde de verzekeringsarts dat appellant in staat was passende arbeid te verrichten met minder dan 15% loonverlies, waarop de WAO-uitkering werd ingetrokken.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen hem verhinderen de functies te vervullen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische gegevens en expertises, waaronder die van de psychiater Van Eekeren, geen contra-indicaties voor arbeid toonden.
In hoger beroep bevestigt de Raad dit oordeel, wijzend op het ontbreken van overtuigende medische onderbouwing voor volledige arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar tegen een tweede besluit werd echter onterecht ontvankelijk verklaard en wordt niet-ontvankelijk verklaard. De Raad veroordeelt het UWV in proceskosten en bepaalt vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De WAO-uitkering wordt terecht ingetrokken omdat appellant geschikt is voor passende arbeid; bezwaar tegen tweede besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard.