ECLI:NL:CRVB:2004:AR8555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering na wettelijke wachttijd wegens ontbreken arbeidsbeperkingen
Appellant heeft na een arbeidsconflict en spanningsklachten een WAO-uitkering aangevraagd. Gedaagde, het UWV, heeft dit geweigerd omdat op de datum van beoordeling geen arbeidsbeperkingen als gevolg van ziekte of gebreken konden worden vastgesteld.
De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en de Raad volgt dit oordeel. Hoewel appellant zich beroept op een psychische aandoening die zijn huisarts zou hebben vastgesteld, oordeelt de Raad dat deze diagnose niet definitief is en niet ondersteund wordt door verzekeringsartsen die appellant hebben onderzocht.
De verzekeringsartsen constateerden geen psychopathologie of persoonlijkheidsproblematiek en vonden dat appellant in staat was soortgelijk werk te verrichten. Er is geen sprake van therapeutische interventies zoals verwijzing naar een psychiater of medicatie.
De Raad concludeert dat het ontbreken van objectief-medische gegevens ter ondersteuning van de psychische klachten betekent dat de weigering van de WAO-uitkering terecht is. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van arbeidsbeperkingen.