ECLI:NL:CRVB:2004:AR8550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na ongeval
Appellant, werkzaam als leraar lichamelijke opvoeding en techniek, raakte door een verkeersongeval arbeidsongeschikt en vroeg een WAO-uitkering aan. Na herstelverklaring door de werkgever en medisch onderzoek werd de uitkering geweigerd omdat appellant niet meer zodanig beperkt was dat hij zijn werk niet kon doen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellant op de datum van de beslissing geschikt was voor zijn werk. Appellant stelde in hoger beroep dat hij vanwege zijn rugklachten niet volledig geschikt was, ondersteund door een rapport van een verzekeringsarts.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde echter dat de medische stukken en het rapport onvoldoende grond boden om het standpunt van de werkgever en rechtbank te verwerpen. De Raad wees erop dat appellant zijn gecombineerde werkzaamheden niet volledig had laten beoordelen en dat er geen medische beperkingen waren die het hervatten van de functie belemmerden.
Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en het bezwaar ongegrond verklaard, waarmee de weigering van de WAO-uitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant niet arbeidsongeschikt was voor zijn werk op de datum in geding.