ECLI:NL:CRVB:2004:AR8549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en geschiktheid voor arbeid bij psychische klachten
Gedaagde, arbeidsongeschikt sinds 1993 door psychische klachten, ontving een WAO-uitkering die in 2001 door appellant werd herzien met verschillende mate van arbeidsongeschiktheid en ingangsdata. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Awb, gebaseerd op een deskundigenrapport dat een geleidelijke werkhervatting adviseerde die niet overeenkwam met het door appellant gehanteerde tempo.
Appellant voerde verweer tegen de deskundigenrapportage, stellende dat het onvoldoende onderbouwd was en subjectieve klachten te zwaar meewoog, terwijl gedaagde stelde dat het rapport consistent en inzichtelijk was en dat privéactiviteiten niet vergelijkbaar zijn met werkbelasting.
De Raad acht het rapport van de deskundige Hertroijs van voldoende gewicht en concludeert dat de beperkingen van gedaagde op psychisch vlak zodanig zijn dat de oorspronkelijke schattingen van arbeidsongeschiktheid onvoldoende grondslag hebben. De stapsgewijze benadering van appellant wordt niet onaanvaardbaar geacht, maar moet worden aangepast aan de bevindingen van de deskundige.
De Raad bevestigt de vernietiging van het bestreden besluit en legt appellant op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde en legt griffierecht op.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt vernietiging van het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar met inachtneming van het deskundigenrapport.