ECLI:NL:CRVB:2004:AR8534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante werkte als productiemedewerkster bloemen en stopte vanwege rugklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en weigerde haar WAO-uitkering per 1 februari 1999. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij niet geschikt was voor haar eigen werk, gesteund door een medisch deskundige die haar belastbaarheid betwijfelde.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat zowel het eigen werk als geselecteerde functies binnen het belastbaarheidspatroon van appellante passen. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het oordeel van de deskundige onvoldoende geobjectiveerd was en dat de omschrijving van het eigen werk, waarin zitten, staan en lopen naar eigen inzicht konden worden afgewisseld, niet leidde tot ongeschiktheid.
De Raad concludeerde dat appellante geschikt was voor haar eigen werk en dat zij op de datum in geding in dienst was, waardoor geen sprake was van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO. Het bestreden besluit werd bevestigd en het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.