ECLI:NL:CRVB:2004:AR8171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling griffierecht ongegrond verklaard
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet van opposant tegen de uitspraak van 27 februari 2004, waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht. Opposant had in zijn verzetschrift aangevoerd dat het moeilijk was om vanuit Marokko geld over te maken en dat zijn voormalige gemachtigde het griffierecht pas na ontvangst wilde overmaken.
De Raad stelde vast dat opposant geen geldige verontschuldiging voor de te late betaling had aangevoerd. De Raad benadrukte dat de gevolgen van handelingen van een gemachtigde in principe voor rekening van de cliënt komen, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. In dit geval waren die niet aanwezig.
Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond en zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 17 december 2004.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.