ECLI:NL:CRVB:2004:AR8160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling WAO-uitkering wegens onvoldoende onderzoek zelfcatheterisatievoorziening
Appellante, die wegens blaasklachten en een ontledigingsstoornis van de blaas regelmatig zelfcatheterisatie moet toepassen, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Gedaagde achtte haar primair geschikt voor haar eigen werk en subsidiair voor andere functies, maar liet na te onderzoeken of deze functies voldeden aan de noodzakelijke voorwaarden voor zelfcatheterisatie, zoals de aanwezigheid van een toilet dat te allen tijde toegankelijk is.
De Raad oordeelt dat het besluit van gedaagde niet gehandhaafd kan blijven omdat dit onderzoek ontbrak. Tevens is vastgesteld dat appellante haar eigen werk niet meer kan verrichten omdat zij is ontslagen en er geen nader onderzoek is gedaan naar gelijksoortige arbeid op de arbeidsmarkt. De medische en arbeidskundige rapportages bevestigen de noodzaak van een toilet en de beperking in het werk, maar wijzen geen noodzaak voor urenbeperking aan.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt gedaagde een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de noodzakelijke voorwaarden. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuwe beslissing te nemen met nader onderzoek naar de arbeidsgeschiktheid en voorzieningen voor zelfcatheterisatie.