ECLI:NL:CRVB:2004:AR8154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende schattingsbasis
Appellante, een voormalige zelfstandig horecaonderneemster, kreeg haar WAZ-uitkering ingetrokken door het UWV op basis van een arbeidskundige schatting die onvoldoende rekening hield met haar beperkingen en beroepsniveau. De rechtbank had het besluit in stand gelaten, maar appellante ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep liet een onafhankelijk neuroloog een onderzoek uitvoeren, die de medische beperkingen van appellante bevestigde zoals vastgesteld door de verzekeringsarts. De Raad stelde echter vast dat de arbeidskundige schatting onjuist was omdat functies met toeslagen voor afwijkende arbeidstijden ten onrechte waren meegenomen, terwijl deze niet passend waren bij appellantes situatie als zelfstandige.
Hierdoor was de schattingsbasis te smal en onvoldoende om de intrekking van de uitkering te rechtvaardigen. De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de juiste criteria. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten.